ECLI:NL:CRVB:2008:BC9885
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- J.F. Bandringa
- F.A.M. Stroink
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit verlaging WAO-uitkering wegens gebrekkige arbeidskundige onderbouwing
Appellant ontving sinds 1999 een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Na een herbeoordeling in 2004 werd de uitkering verlaagd naar 25 tot 35% arbeidsongeschiktheid, gebaseerd op een functionele mogelijkhedenlijst en arbeidskundige functieduiding. Appellant maakte bezwaar en bracht een medisch rapport in dat zwaardere beperkingen stelde.
De rechtbank nam het oordeel van een onafhankelijke revalidatiearts over, die beperkte beperkingen vaststelde en concludeerde dat appellant geschikt was voor de geduide functies. De Raad hechtte hieraan doorslaggevende betekenis en verwierp de medische bezwaren van appellant. De arbeidskundige onderbouwing werd echter pas in hoger beroep voldoende toegelicht.
De Raad oordeelt dat het bestreden besluit vernietigd moet worden wegens gebrekkige arbeidskundige onderbouwing in bezwaar, maar dat de rechtsgevolgen van het besluit in stand kunnen blijven op grond van artikel 8:72, derde lid, Awb. Tevens veroordeelt de Raad het UWV tot betaling van proceskosten aan appellant.
Uitkomst: Het besluit tot verlaging van de WAO-uitkering wordt vernietigd wegens onvoldoende arbeidskundige onderbouwing, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.