ECLI:NL:CRVB:2008:BC9912
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.J. Simon
- H.J. de Mooij
- M. Greebe
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering herziening AOW-uitkering met terugwerkende kracht wegens ontbreken bijzonder geval
Appellante en haar echtgenoot ontvingen een AOW-uitkering voor gehuwden. Sinds 21 februari 2003 verblijft haar echtgenoot definitief in een verpleeghuis, waarna appellante de huishouding zelfstandig voortzette. Op 15 maart 2005 vroeg zij de herziening van haar AOW-uitkering aan met terugwerkende kracht tot de datum van opname van haar echtgenoot.
De Sociale Verzekeringsbank (Svb) herzag de uitkering per maart 2004 en wees het bezwaar van appellante af. Appellante voerde aan dat zij vanwege een zware operatie en overspannenheid niet eerder een verzoek kon indienen en dat zij onvoldoende geïnformeerd was over haar rechten. Zij stelde dat de Svb op de hoogte had moeten zijn van de opname van haar echtgenoot via de gemeente of zorginstelling.
De rechtbank oordeelde dat geen sprake was van een bijzonder geval dat rechtvaardigt dat de herziening met terugwerkende kracht verder dan één jaar wordt toegekend. De Raad bevestigt dit oordeel en stelt dat de Svb niet op de hoogte was van de opname en niet tekort is geschoten in haar zorgplicht. De medische verklaringen bieden onvoldoende grond om aan te nemen dat appellante niet in staat was tijdig de Svb te informeren, ook met hulp van derden.
De Raad concludeert dat de herziening terecht beperkt is tot één jaar terugwerkende kracht en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond, herziening AOW-uitkering beperkt tot één jaar terugwerkende kracht.