ECLI:NL:CRVB:2008:BD0034
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vergoeding aanschafkosten auto wegens ontbreken onmogelijkheid tot taxi reizen
Appellante, gelijkgesteld aan een vervolgingsslachtoffer, heeft meerdere keren een vergoeding gevraagd voor de aanschaf van een auto vanwege haar beperkingen. Eerder geweigerde aanvragen zijn door de Raad ongegrond verklaard, omdat geen volledige onmogelijkheid bestond om met openbaar vervoer te reizen.
In 2006 diende appellante opnieuw een aanvraag in, die werd afgewezen omdat niet was gebleken dat zij onder geen enkele omstandigheid gebruik kon maken van openbaar vervoer of taxi. Medische adviezen van geneeskundig adviseurs ondersteunden dit standpunt, waarbij ook recente huisartsinformatie werd betrokken.
De Raad oordeelde dat het besluit goed was voorbereid en gemotiveerd. Appellante kon wel reizen met taxi mits dezelfde chauffeur, wat vanwege sociale controle wenselijk werd geacht. De hoge kosten van taxi reizen kunnen worden gecompenseerd via een andere vergoeding voor sociale contacten.
De Raad vond geen reden het besluit te vernietigen en wees het beroep af. Tevens werd geen proceskostenvergoeding toegekend. Hiermee blijft de afwijzing van vergoeding voor aanschafkosten van een auto in stand.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot weigering van vergoeding voor aanschafkosten van een auto wordt gehandhaafd.