ECLI:NL:CRVB:2008:BD0038
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens ontbreken onafgebroken 52 weken arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft een aanvraag ingediend voor een WAO-uitkering, welke door het UWV is afgewezen omdat hij niet 52 weken onafgebroken arbeidsongeschikt was voorafgaand aan zijn hersteldmelding op 16 april 1981. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak.
De Raad overweegt dat het recht op een WAO-uitkering ontstaat na 52 weken onafgebroken arbeidsongeschiktheid, en dat uit de medische stukken en overige gegevens geen aanwijzingen zijn dat appellant aan deze voorwaarde voldeed. Tevens is vastgesteld dat appellant na zijn hersteldmelding nog werkzaamheden heeft verricht en periodes van niet-werken werden overbrugd met een bijstandsuitkering, wat een ononderbroken arbeidsongeschiktheid uitsluit.
Appellants beroep tegen de hersteldverklaring is niet geslaagd, aangezien de overgelegde ontvangstbevestiging geen bewijs vormt dat de hersteldverklaring in rechte is vernietigd. De Raad concludeert dat het risico van onduidelijkheid door het lange tijdsverloop voor rekening van appellant blijft en dat het UWV terecht de WAO-uitkering heeft geweigerd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering wegens het ontbreken van 52 weken onafgebroken arbeidsongeschiktheid.