ECLI:NL:CRVB:2008:BD0040
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- B.J. van der Net
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Verzekeringsplicht van seksinrichtingexploitant voor betrokkenen in privaatrechtelijke dienstbetrekking
Appellante exploiteert een onderneming vallend onder gemeentelijke regels voor seksinrichtingen. Tijdens bedrijfbezoeken in augustus 2004 zijn drie betrokkenen ondervraagd, waarna de Belastingdienst concludeerde dat zij geen zelfstandig ondernemerschap hadden. Het Uwv stelde daarop vast dat deze betrokkenen in privaatrechtelijke dienstbetrekking waren en verplicht verzekerd moesten zijn voor werknemersverzekeringen.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarna appellante hoger beroep instelde tegen het niet horen van getuigen en de motivering van verzekeringsplicht. De Raad stelde vast dat het horen van getuigen niet onterecht was achterwege gebleven en dat er voldoende bewijs was voor een privaatrechtelijke dienstbetrekking.
De Raad motiveerde dat de specifieke aard van de arbeid, de sturing en het toezicht door appellante, de vastgestelde tariefstellingen en de regulering van werktijden en uitbetaling wezen op een gezagsrelatie. Hierdoor was sprake van verzekeringsplicht. Het hoger beroep werd verworpen en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de betrokkenen in privaatrechtelijke dienstbetrekking waren en verzekeringsplicht bestond.