Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2008:BD0177

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
17 april 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07/5587 ALGEM, 07/5588 ALGEM
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • B.J. van der Net
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging uitspraak rechtbank over betrekken correctienota 2003 bij bezwaar 2004

De zaak betreft een hoger beroep van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen tegen een uitspraak van de rechtbank Almelo die het beroep van het Zorgbureau [naam B.V.] ongegrond verklaarde inzake een afrekening SV correctie 2004.

De rechtbank had bij haar uitspraak ook ambtshalve het jaar 2003 betrokken, ondanks dat daartegen geen bezwaar was gemaakt. Appellant stelde dat dit buiten de omvang van het geding viel en in strijd was met een goede procesorde, omdat het bezwaar expliciet op 2004 was gericht en het tijdig indienen van bezwaar van openbare orde is.

De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de rechtbank ten onrechte het jaar 2003 op een gekunstelde wijze bij de beoordeling had betrokken, waardoor de uitspraak vernietigd moest worden. De Raad kon zich verenigen met de principiële processuele argumenten van appellant en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt de uitspraak van de rechtbank voor zover het jaar 2003 betrokken werd bij de beoordeling van het bezwaar over 2004.

Uitspraak

07/5587 ALGEM
07/5588 ALGEM
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Almelo van 24 augustus 2007, kenmerk 06/1369 en 1370 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
het Zorgbureau [naam B.V.] (hierna: [naam B.V.])
en
appellant.
Datum uitspraak: 17 april 2008.
I. PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 27 maart 2008. Namens appellant is verschenen mr. W. Zwanink, werkzaam bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. [naam B.V.] heeft zich niet doen vertegenwoordigen.
II. OVERWEGINGEN
Bij besluit op bezwaar van 17 oktober 2006 is het bezwaar van [naam B.V.] tegen met name de in de beslissing van 3 november 2005 vervatte afrekening SV correctie 2004 ongegrond verklaard. De rechtbank Almelo heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep hiertegen van [naam B.V.] ongegrond verklaard.
In hoger beroep heeft appellant beklemtoond zich als zodanig in dit dictum van de aangevallen uitspraak geheel te kunnen vinden, doch dit beroep uitsluitend gericht tegen de ambtshalve overweging van de rechtbank ten aanzien van de correctienota over het eerdere jaar 2003. De rechtbank is volgens appellant ten onrechte van oordeel dat, gelet op de nauwe samenhang van de nota’s over 2003 en 2004, het bezwaar van appellant mede geacht moet worden te zijn gericht op de nota over 2003. Appellant kan zich daarbij niet verenigen met de overweging van de rechtbank dat, nu daaromtrent nog niet in bezwaar is beslist, ter zake van de nota over 2003 door appellant alsnog een beslissing op bezwaar dient te worden genomen.
Appellant heeft aan het hoger beroep uitmondend in het verzoek de aangevallen uitspraak in zoverre te vernietigen de volgende beweegredenen ten grondslag gelegd:
“Met de brief van 21 november 2005 heeft gedaagde (lees: [naam B.V.]) bezwaar gemaakt tegen het looncontrolerapport en de nota voor het jaar 2004. Deze nota voor het jaar 2004 is als bijlage bij het bezwaarschrift gevoegd. Tegen de nota voor het jaar 2003 is geen bezwaar gemaakt. Gelet op dit feit, valt niet in te zien waarom de rechtbank buiten de omvang van het geding treedt door de nota voor het jaar 2003 alsnog bij het bezwaar te betrekken.
Nu niet tijdig tegen de nota over 2003 bezwaar is ingediend en het tijdig indienen van bezwaar van openbare orde is dient de rechtsoverweging van de rechtbank met betrekking tot de nota voor het jaar 2003 te vervallen.”
De Raad is te dien aanzien van oordeel dat de rechtbank door bij de aangevallen uitspraak alsnog het jaar 2003 op een gekunstelde wijze bij de beoordeling van dit expliciet op het jaar 2004 ziende geding te betrekken in strijd met een goede procesorde heeft gehandeld en kan zich overigens geheel en al verenigen met de strekking van het hoger beroep van appellant en de daaraan ten grondslag gelegde beweegredenen van principiële processuele aard.
Het voorgaande brengt mee dat het hoger beroep slaagt en de aangevallen uitspraak voorzover aangevochten voor vernietiging in aanmerking komt.
Voor een proceskostenveroordeling acht de Raad geen termen aanwezig.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Vernietigt de aangevallen uitspraak voorzover aangevochten.
Deze uitspraak is gedaan door B.J. van der Net als voorzitter. De beslissing is, in tegenwoordigheid van A. Badermann als griffier, uitgesproken in het openbaar op 17 april 2008.
(get.) B.J. van der Net.
(get.) A. Badermann.
RB