ECLI:NL:CRVB:2008:BD0178
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering toekenning ouderdomspensioen wegens ontbreken AOW-verzekering
Appellant verzocht in november 2000 om toekenning van een ouderdomspensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW), waarbij hij stelde tussen 1967 en 1978 in Amsterdam te hebben gewoond en gewerkt. Hij overlegde enkele documenten zoals een briefkaart, legitimatiebewijs en een afsprakenkaart van een polikliniek.
De Sociale verzekeringsbank (Svb) deed navraag bij diverse instanties, waaronder de gemeente Amsterdam, de politie en een pensioenfonds, maar appellant werd nergens bekend gevonden. Op 11 maart 2003 weigerde de Svb het pensioen toe te kennen wegens het ontbreken van bewijs van verzekering onder de AOW. Appellant maakte bezwaar en stelde dat hij van 1966 tot 1974 in Amsterdam woonde en werkte en geregistreerd stond bij de vreemdelingenpolitie.
De Svb herhaalde haar onderzoek en handhaafde het besluit op 17 september 2004. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat appellant onvoldoende bewijs leverde dat hij daadwerkelijk in Nederland had gewoond en gewerkt en daardoor verzekerd was voor de AOW.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef dit oordeel en vond geen nieuwe feiten of argumenten die aanleiding gaven tot een ander besluit. De Raad bevestigde de uitspraak en oordeelde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij verzekerd was geweest ingevolge de AOW, zodat de weigering tot toekenning van het ouderdomspensioen terecht was.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van het ouderdomspensioen wegens het ontbreken van bewijs van AOW-verzekering.