ECLI:NL:CRVB:2008:BD0195
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WAO-uitkering bij bereiken 65-jarige leeftijd bevestigd
Appellante stelde hoger beroep in tegen het besluit van het UWV om haar WAO-uitkering te beëindigen per de maand waarin zij de leeftijd van 65 jaar bereikte. Het UWV had dit besluit genomen op grond van artikel 49 van Pro de WAO, dat dwingend voorschrijft dat de uitkering eindigt bij het bereiken van deze leeftijd.
De rechtbank had het beroep van appellante ongegrond verklaard, met als motivering dat de wetgever heeft bepaald dat de WAO-uitkering stopt bij het bereiken van 65 jaar, omdat op die leeftijd werknemers doorgaans met pensioen gaan en de WAO-uitkering wordt vervangen door een AOW-uitkering of pensioen.
In hoger beroep herhaalde appellante dat zij nog steeds ziek is en niet kan werken, en verzocht zij om algemene bijstand indien de WAO-uitkering niet kan worden voortgezet. De Raad oordeelde echter dat deze omstandigheden niet tot een ander oordeel kunnen leiden, omdat de wet geen ruimte laat voor voortzetting van de WAO-uitkering na het bereiken van 65 jaar.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er was geen grond voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De beslissing werd op 10 april 2008 in het openbaar uitgesproken door rechter H.J. Simon.
Uitkomst: De WAO-uitkering van appellante wordt beëindigd per de maand waarin zij 65 jaar werd.