ECLI:NL:CRVB:2008:BD0202
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor medische zorgkosten wegens ontbreken zeer dringende redenen
Appellant, een bijstandsgerechtigde alleenstaande ouder, verzocht om bijzondere bijstand voor vervoerskosten naar een internist en voor een oogonderzoek door een optometrist. Het College van burgemeester en wethouders van Almere wees deze aanvragen af op grond van artikel 15 van Pro de WWB, omdat sprake was van kosten die onder een voorliggende voorziening vielen of niet als noodzakelijk werden aangemerkt.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant gegrond en vernietigde de besluiten, maar handhaafde de rechtsgevolgen van de besluiten. Het hoger beroep richtte zich tegen dit laatste oordeel. De Centrale Raad van Beroep overwoog dat artikel 16, eerste lid, van de WWB slechts bijstand toelaat bij zeer dringende redenen, die een acute noodsituatie vereisen en waarbij geen andere oplossing mogelijk is.
De Raad stelde vast dat appellant geen dergelijke dringende redenen had aangevoerd. Tevens wees de Raad op het wettelijk kader van voorliggende voorzieningen zoals de Ziekenfondswet en de AWBZ, en de Regeling ziekenvervoer Ziekenfondswet die de vergoeding van ziekenvervoer regelt.
Daarom werd het hoger beroep van appellant afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van bijzondere bijstand wordt bevestigd.