ECLI:NL:CRVB:2008:BD0226
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing toeslagaanvraag op grond van gezinsinkomen en aanvraagtermijn
Appellant, die sinds 1993 een WAO-uitkering ontvangt, verzocht het Uwv om een toeslag met terugwerkende kracht vanwege een gedaald gezinsinkomen door derdenbeslag. Het Uwv wees de aanvraag af omdat appellant de toeslag pas in 2003 had aangevraagd en geen bijzondere omstandigheden aanwezig waren om terugwerkende kracht toe te kennen. Daarnaast werd het gezinsinkomen beoordeeld op basis van gehuwden/samenwonenden, waardoor appellant niet in aanmerking kwam voor de toeslag.
De rechtbank bevestigde dit oordeel en appellant ging in hoger beroep. De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat appellant geen eerdere aanvraag had ingediend en dat het recht op toeslag pas vanaf één jaar voor de aanvraagdatum vastgesteld kon worden. Verder was het gezinsinkomen, ondanks het derdenbeslag, hoger dan het sociaal minimum voor gehuwden/samenwonenden. Het feit dat appellant in het Uwv-systeem aanvankelijk als alleenstaand stond geregistreerd, deed hieraan niet af.
De Raad concludeerde dat het Uwv terecht de toeslag had geweigerd en dat het derdenbeslag geen grond bood voor een toeslag. Er was ook geen bewijs dat appellant tegen het derdenbeslag rechtsmiddelen had genomen. De aangevallen uitspraak werd dan ook bevestigd zonder toekenning van proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de toeslagaanvraag van appellant.