ECLI:NL:CRVB:2008:BD0472
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake maximering maatman bij WAO-uitkering en proceskostenveroordeling
De Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (appellant) stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank ‘s-Gravenhage die het besluit van 20 december 2005 vernietigde. Dit besluit betrof de toekenning van een WAO-uitkering aan betrokkene met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 15 tot 25%, waarbij de rechtbank oordeelde dat ten onrechte een maximering van de urenomvang van de maatman op 38 uur per week was toegepast.
In het hoger beroep bestreed appellant dit oordeel aanvankelijk, maar nam dit standpunt niet langer in naar aanleiding van recente jurisprudentie en een nieuw besluit van 4 april 2007, waarin betrokkene een WAO-uitkering werd toegekend met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 35 tot 45%. Betrokkene stemde hiermee in.
De Raad overwoog dat appellant daardoor geen belang meer had bij het hoger beroep en verklaarde dit niet-ontvankelijk. Tevens werd appellant veroordeeld tot betaling van de proceskosten van betrokkene, begroot op € 322,-, en werd een griffierecht van € 422,- opgelegd aan appellant.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en appellant wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten en griffierecht.