ECLI:NL:CRVB:2008:BD0712

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
11 april 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08-1230 WSF-VV
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • J. Janssen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:86 AwbArt. 18 BeroepswetArt. 21 BeroepswetWet studiefinanciering 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening studiefinanciering wegens ontbreken spoedeisend belang

Verzoeker heeft hoger beroep ingesteld tegen de intrekking en herziening van zijn studiefinanciering en verzocht om een voorlopige voorziening op grond van artikel 8:81 Awb Pro in samenhang met de Beroepswet. De voorzieningenrechter heeft het verzoek afgewezen omdat de aangevoerde financiële nood onvoldoende onderbouwd was. Verzoeker ontvangt een bijstandsuitkering die hoger is dan de basisbeurs, waardoor geen sprake is van een zodanig spoedeisend belang dat de uitspraak in de hoofdzaak niet kan worden afgewacht.

Daarnaast is overwogen dat indien studiefinanciering met terugwerkende kracht wordt toegekend, verzoeker de bijstandsuitkering moet terugbetalen, hetgeen geen aanleiding geeft tot spoedeisendheid. Het bezwaar en beroep van verzoeker tegen de intrekking van studiefinanciering zijn door de rechtbank ongegrond verklaard. De voorzieningenrechter ziet geen reden voor een proceskostenveroordeling.

De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep op 11 april 2008 en bevestigt dat het spoedeisend belang voor een voorlopige voorziening ontbreekt in gevallen waarin een bijstandsuitkering wordt ontvangen die hoger is dan de basisbeurs.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tot toekenning van studiefinanciering wordt afgewezen wegens ontbreken van een spoedeisend belang.

Uitspraak

08/1230 WSF-VV
Centrale Raad van Beroep
U I T S P R A A K
van
DE VOORZIENINGENRECHTER VAN DE CENTRALE RAAD VAN BEROEP
inzake het verzoek om toepassing van artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht in samenhang met de artikelen 18 en 21 van de Beroepswet in het geding tussen:
[Verzoeker], wonende te [woonplaats] (hierna: verzoeker),
en
de hoofddirectie van de Informatie Beheer Groep (hierna: IB-Groep)
Datum uitspraak: 11 april 2008
I. PROCESVERLOOP
Bij brief van 18 februari 2008 heeft mr. B. van Dijk, advocaat te Groningen, namens verzoeker hoger beroep ingesteld (bij de Raad aanhangig onder registratienummer 08/1140) tegen de uitspraak van de rechtbank Groningen van 14 februari 2008 (registratienummers 08/65 en 08/127).
Bij brief van 19 februari 2008 heeft mr. Van Dijk, voornoemd, namens verzoeker om toepassing van artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) verzocht.
De IB-groep heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 4 april 2008. Verzoeker is verschenen, bijgestaan door mr. R. van Asperen, advocaat en kantoorgenoot van mr. Van Dijk. De IB-Groep was vertegenwoordigd door mr. T. Holtrop.
II. OVERWEGINGEN
Bij besluit van 1 februari 2008 is het bezwaar van verzoeker tegen het besluit van 3 januari 2008, waarbij het eerdere primaire besluit (van 4 december 2007) tot toekenning van studiefinanciering per 1 juli 2007 is ingetrokken en de toekenning van studiefinanciering per 1 juli 2007 is herzien, ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 14 februari 2008 heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank onder toepassing van het bepaalde in artikel 8:86 van Pro de Awb het verzoek van verzoeker tot het treffen van een voorlopige voorziening afgewezen en het beroep van verzoeker tegen het besluit van 1 februari 2008 ongegrond verklaard.
Ingevolge het bepaalde in de artikelen 18 en 21 van de Beroepswet in verbinding met artikel 8:81 van Pro de Awb kan, indien tegen een uitspraak van de rechtbank of van de voorzieningenrechter van de rechtbank als omschreven in artikel 18 van Pro de Beroepswet hoger beroep bij de Raad is ingesteld, de voorzieningenrechter van de Raad op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
Verzoeker heeft verzocht om een voorlopige voorziening in de vorm van toekenning van studiefinanciering. Het spoedeisend belang zit in het feit dat hij onvoldoende middelen bezit om in de eerste levensbehoeften te voorzien. Hij ontvangt weliswaar een bijstandsuitkering van de gemeente Groningen, maar onder de voorwaarde dat hij ageert tegen de intrekking van studiefinanciering, terwijl de bijstandsuitkering van verzoeker hoger is dan de voor hem geldende basisbeurs. Indien met terugwerkende kracht studiefinanciering wordt toegekend, dan moet verzoeker de bijstandsuitkering terugbetalen omdat de Wet studiefinanciering 2000 (WSF 2000) een voorliggende voorziening biedt.
De voorzieningenrechter ziet in hetgeen verzoeker heeft aangevoerd geen aanknopingspunt voor het aannemen van een zodanig spoedeisend belang dat de uitspraak in de hoofdzaak niet zou kunnen worden afgewacht. De aangevoerde financiële nood van verzoeker acht de voorzieningenrechter niet afdoende onderbouwd nu verzoeker een bijstandsuitkering geniet die bovendien een hoger bedrag betreft dan de basisbeurs. In de eventuele plicht tot terugbetaling van de bijstandsuitkering bij toekenning van studiefinanciering met terugwerkende kracht ziet de voorzieningenrechter evenmin een aanknopingspunt voor een spoedeisend belang.
Bovenstaande leidt ertoe dat het verzoek om een voorlopige voorziening te treffen zal worden afgewezen.
Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.
III. BESLISSING
De voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep,
Wijst het verzoek om toepassing van artikel 8:81 van Pro de Awb af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Janssen . De beslissing is, in tegenwoordigheid van M.C.T.M. Sonderegger als griffier, uitgesproken in het openbaar op 11 april 2008.
(get.) J. Janssen.
(get.) M.C.T.M. Sonderegger.
MK