ECLI:NL:CRVB:2008:BD0712
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- J. Janssen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening studiefinanciering wegens ontbreken spoedeisend belang
Verzoeker heeft hoger beroep ingesteld tegen de intrekking en herziening van zijn studiefinanciering en verzocht om een voorlopige voorziening op grond van artikel 8:81 Awb Pro in samenhang met de Beroepswet. De voorzieningenrechter heeft het verzoek afgewezen omdat de aangevoerde financiële nood onvoldoende onderbouwd was. Verzoeker ontvangt een bijstandsuitkering die hoger is dan de basisbeurs, waardoor geen sprake is van een zodanig spoedeisend belang dat de uitspraak in de hoofdzaak niet kan worden afgewacht.
Daarnaast is overwogen dat indien studiefinanciering met terugwerkende kracht wordt toegekend, verzoeker de bijstandsuitkering moet terugbetalen, hetgeen geen aanleiding geeft tot spoedeisendheid. Het bezwaar en beroep van verzoeker tegen de intrekking van studiefinanciering zijn door de rechtbank ongegrond verklaard. De voorzieningenrechter ziet geen reden voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep op 11 april 2008 en bevestigt dat het spoedeisend belang voor een voorlopige voorziening ontbreekt in gevallen waarin een bijstandsuitkering wordt ontvangen die hoger is dan de basisbeurs.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tot toekenning van studiefinanciering wordt afgewezen wegens ontbreken van een spoedeisend belang.