ECLI:NL:CRVB:2008:BD0718
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.C.M. van Laar
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens geschiktheid voor maatgevende functie
Appellante, voormalig secretaresse, ontving een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid. Na een herbeoordeling door verzekeringsarts Klein Ovink en arbeidsdeskundige Voerman werd zij geschikt bevonden voor haar eigen werk, waarna het UWV haar uitkering introk. Appellante maakte bezwaar en voerde aan dat zij ernstige medische klachten had, waaronder de ziekte van Sjögren, chronische pijn en vermoeidheid, die niet voldoende waren meegenomen.
De Raad hechtte doorslaggevende waarde aan de rapporten van de verzekeringsartsen Klein Ovink en Ebbelaar, die de beperkingen van appellante in een Functionele Mogelijkheden Lijst vastlegden. Ook werd medische informatie van specialisten betrokken. De Raad oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig en volledig was en dat de klachten en beperkingen voldoende waren meegenomen.
De arbeidskundige rapportages toonden aan dat de maatgevende functie van secretaresse passend was bij de belastbaarheid van appellante. Er was geen medische informatie die een ander oordeel rechtvaardigde. Daarom werd het hoger beroep afgewezen en de intrekking van de WAO-uitkering bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd omdat appellante geschikt is voor haar maatgevende functie als secretaresse.