ECLI:NL:CRVB:2008:BD0824
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- C.P.M. van de Kerkhof
- H. Bedee
- Rechtspraak.nl
Intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende objectivering vermoeidheidsklachten na kankerbehandeling
Betrokkene, werkzaam als koffiejuffrouw en keukenmedewerkster, meldde zich ziek met rugklachten en werd later gediagnosticeerd met borstkanker, waarna zij een WAO-uitkering ontving. Na herbeoordeling door verzekeringsartsen werd geconcludeerd dat betrokkene weer belastbaar was zonder urenbeperking, waarna de WAO-uitkering werd ingetrokken.
De rechtbank oordeelde dat de vermoeidheidsklachten voldoende geobjectiveerd waren en vernietigde het besluit tot intrekking van de uitkering. In hoger beroep stelde appellant dat de klachten niet objectief medisch waren vastgesteld en dat er geen causaal verband bestond tussen de kankerbehandeling en de vermoeidheid.
De Raad raadpleegde een medisch oncoloog die stelde dat er geen objectieve verschijnselen waren die de vermoeidheid konden verklaren en dat deze eerder emotionele distress betrof. De Raad concludeerde dat de vermoeidheidsklachten onvoldoende objectief waren en dat de Functionele Mogelijkheden Lijst een juiste weergave gaf van de arbeidsmogelijkheden.
Daarom vernietigde de Raad het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond, waarmee het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering stand hield.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.