ECLI:NL:CRVB:2008:BD0836
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- R.C. Stam
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit beëindiging WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidskundige motivering
Appellant stelde hoger beroep in tegen het besluit van het Uwv tot beëindiging van zijn WAO-uitkering per 28 juni 2005, omdat zijn arbeidsongeschiktheid minder dan 15% zou zijn. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond vanwege het ontbreken van een aangepaste Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) en een interpretatiekader, waardoor de schatting onvoldoende transparant en toetsbaar was.
De Raad bevestigde dat de arbeidskundige component van het besluit niet als zelfstandig deelbesluit kan worden aangemerkt en vernietigde de aangevallen uitspraak. De Raad vond dat het Uwv onvoldoende had toegelicht dat de belasting in de geselecteerde functies overeenkomt met de belastbaarheid van appellant, waardoor artikel 7:12 van Pro de Algemene wet bestuursrecht werd geschonden.
De Raad oordeelde dat het Uwv een nieuwe beslissing moet nemen op het bezwaar van appellant, waarbij ook aandacht moet worden besteed aan het verzoek om schadevergoeding. Tevens veroordeelde de Raad het Uwv in de proceskosten en bepaalde dat het griffierecht aan appellant wordt vergoed.
Uitkomst: De Raad vernietigt het besluit tot beëindiging van de WAO-uitkering en beveelt het Uwv een nieuwe beslissing te nemen.