ECLI:NL:CRVB:2008:BD0909
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toekenning kinderbijslag na bewijs van onderhoud in hoger beroep
Appellant verzocht kinderbijslag voor zijn in Marokko verblijvende kinderen. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) weigerde deze toe te kennen vanaf het vierde kwartaal 2003, omdat appellant niet kon aantonen dat hij zijn onderhoudsplicht had voldaan. In bezwaar en bij de rechtbank werd dit standpunt bevestigd, mede vanwege het ontbreken van ontvangstbewijzen bij stortingen.
Tijdens het hoger beroep overlegt appellant aanvullende betalings- en ontvangstbewijzen waaruit blijkt dat hij over het derde kwartaal 2004 wel degelijk in belangrijke mate heeft bijgedragen aan het onderhoud van zijn kinderen. De Svb past daarop haar standpunt aan en kent enkelvoudige kinderbijslag toe voor dat kwartaal. De Raad vernietigt het besluit van 13 april 2005 en verklaart het beroep gegrond, maar verklaart het beroep tegen het besluit van 15 maart 2006 ongegrond voor de overige kwartalen.
De Raad oordeelt dat appellant niet heeft aangetoond dat hij de onderhoudsverplichting heeft voldaan over het vierde kwartaal 2003 en het eerste, tweede en vierde kwartaal 2004. Het verblijf van appellant bij de kinderen in het buitenland was te kort om het onderhoud op die grond aan te tonen. De Svb wordt verplicht het betaalde griffierecht aan appellant te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard voor het derde kwartaal 2004 en kinderbijslag wordt toegekend; overige kwartalen blijven afgewezen.