ECLI:NL:CRVB:2008:BD0934
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering herziening WAO-uitkering wegens ontbreken psychische klachten
Appellante, aan wie per 8 juli 2002 een WAO-uitkering werd toegekend wegens arbeidsongeschiktheid, verzocht om herziening van deze uitkering per 7 oktober 2002 vanwege vermeende toename van psychische klachten. Het UWV stelde dat de oorspronkelijke toekenning niet mede gebaseerd was op psychische klachten en weigerde de herziening.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en deze uitspraak werd in hoger beroep bevestigd door de Centrale Raad van Beroep. De Raad oordeelde dat op basis van verzekeringsgeneeskundige rapporten geen sprake was van een psychische component bij de oorspronkelijke toekenning van de WAO-uitkering.
Appellante overlegde verklaringen van haar psychiater waarin werd gesteld dat depressieve klachten waarschijnlijk al in 2001 bestonden. Deze verklaringen werden echter niet onderbouwd en waren tegenstrijdig. Bovendien was niet aannemelijk dat de toekenning van de WAO-uitkering mede op psychische klachten was gebaseerd.
De Raad concludeerde dat de weigering tot herziening terecht was en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering tot herziening van de WAO-uitkering omdat deze niet mede op psychische klachten was gebaseerd.