ECLI:NL:CRVB:2008:BD1037
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging juiste vaststelling belastbaarheid en WAO-uitkering na arbeidsongeval
Appellant is na een arbeidsongeval op 6 maart 2003 wegens rug- en polsklachten en later psychische klachten arbeidsongeschikt verklaard. Het UWV kende hem een WAO-uitkering toe met een mate van arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25%. Appellant stelde dat zijn belastbaarheid was overschat en dat de geselecteerde functies niet geschikt waren, onderbouwd met medische verklaringen en een rapport van een medisch adviseur.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het UWV de belastbaarheid juist had vastgesteld en dat de functies binnen die belastbaarheid vielen. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel en acht de medische onderbouwing van het UWV voldoende. Het rapport van de medisch adviseur en andere stukken bieden geen aanleiding tot een ander oordeel.
Hoewel het UWV later een hogere mate van arbeidsongeschiktheid (80-100%) vaststelde per 13 januari 2006, betekent dit niet dat de eerdere vaststelling onjuist was. De Raad concludeert dat de belastbaarheid op de datum van het bestreden besluit correct is vastgesteld en dat de WAO-uitkering terecht is toegekend.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de belastbaarheid juist is vastgesteld en de WAO-uitkering terecht is toegekend.