ECLI:NL:CRVB:2008:BD1186
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens onvoldoende duidelijkheid over levensonderhoud
Appellant ontving bijstand op grond van de WWB als alleenstaande sinds mei 2004. Na een heronderzoek trok het College de bijstand per 1 september 2005 in vanwege onvoldoende duidelijkheid over de omvang van werkzaamheden en de wijze van levensonderhoud van appellant en zijn echtgenote. Appellant stelde dat hij aanvullende loonstroken had overgelegd die het recht op bijstand konden bevestigen, en dat het College hem had moeten horen over de nalatigheid van zijn werkgever.
De Raad stelde vast dat de intrekking onverkort gehandhaafd bleef en dat de beoordeling zich beperkte tot de periode van 1 september tot 15 november 2005. De plicht tot het verstrekken van inlichtingen lag bij appellant zelf, ongeacht het niet meewerken van zijn werkgever. De aanvullende loonstroken waren slechts een deel van de benodigde gegevens; bankafschriften toonden alleen vaste lasten en geen kasopnames voor dagelijkse uitgaven. De stelling dat anderen in het levensonderhoud voorzagen was niet aannemelijk gemaakt.
De Raad oordeelde dat het College terecht de bijstand had ingetrokken op grond van artikel 54, derde lid, aanhef en onder a, van de WWB en dat het beleid niet onredelijk was. Er was geen reden om af te wijken van het beleid of om appellant in de proceskosten te veroordelen. De aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand per 1 september 2005 wordt bevestigd wegens onvoldoende duidelijkheid over het levensonderhoud.