ECLI:NL:CRVB:2008:BD1208
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.Th. Wolleswinkel
- R. Kooper
- F.J.L. Pennings
- Rechtspraak.nl
Ontslag politieman wegens ongeschiktheid na gewelddadigheden in privésfeer
Appellant, werkzaam als hoofdagent bij de politieregio Gelderland-Zuid, werd geconfronteerd met een disciplinaire procedure na meldingen van gewelddadigheden jegens zijn echtgenote, eveneens werkzaam bij de politie. Hij erkende meerdere incidenten, waaronder het meegetrokken worden in een sloot, het stoten van het hoofd tegen een muur en het bedwelmen met een met ether doordrenkte doek.
De korpsbeheerder kwalificeerde deze gedragingen als ernstig plichtsverzuim en verleende appellant primair ontslag als disciplinaire straf, subsidiair wegens ongeschiktheid voor het ambt. De rechtbank vernietigde het disciplinaire ontslag, maar handhaafde het ontslag wegens ongeschiktheid. In hoger beroep bevestigde de Raad dit oordeel, stellende dat het gedrag de kern van het politieambt raakt.
De Raad oordeelde echter dat het ontslagbesluit niet met onmiddellijke ingang kon ingaan wegens het ontbreken van dringende redenen en stelde de ingangsdatum van het ontslag vast op 13 september 2005. Tevens veroordeelde de Raad de korpsbeheerder tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant.
Uitkomst: De ontslagdatum van appellant wordt vastgesteld op 13 september 2005 en het beroep wordt gegrond verklaard voor zover de ontslagdatum betreft.