ECLI:NL:CRVB:2008:BD1209
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.Th. Wolleswinkel
- R. Kooper
- F.J.L. Pennings
- Rechtspraak.nl
Onevenredigheid ontslag wegens niet voldoen aan dienstopdracht arbeidshervatting
Appellant was werkzaam bij de gemeente Utrecht en kreeg in maart 2005 een disciplinaire straf wegens het niet naleven van afspraken. Na ziekte werd appellant door de bedrijfsarts medegedeeld dat hij op 9 juni 2005 gedeeltelijk kon hervatten, maar hij weigerde dit. Het college gaf hem op 21 juni 2005 een dienstopdracht om uiterlijk 23 juni 2005 weer te gaan werken, met een sanctie van gedeeltelijke salarisinhouding bij niet-naleving. Toen appellant niet aan deze opdracht voldeed, legde het college hem op 29 augustus 2005 ontslag op.
Appellant stelde dat het ontslag onevenredig was, mede omdat de brief van 21 juni 2005 slechts gedeeltelijke salarisinhouding als sanctie noemde en de bedrijfsarts had aangegeven dat het aanvragen van een deskundigenbericht opschortende werking had op de werkhervatting. De Raad oordeelde dat appellant niet zonder meer op het standpunt van de bedrijfsarts mocht vertrouwen en dat hij opheldering had moeten vragen. Desondanks achtte de Raad het ontslag als straf onevenredig in verhouding tot het plichtsverzuim.
De Raad vernietigde het ontslagbesluit en de uitspraak van de rechtbank die dit in stand hield. Tevens veroordeelde de Raad het college tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant. Het college werd opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Uitkomst: Het ontslagbesluit wegens niet voldoen aan de dienstopdracht wordt vernietigd wegens onevenredigheid van de straf.