ECLI:NL:CRVB:2008:BD1225
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van korting op WAO-uitkering wegens schending inlichtingenverplichting en onjuiste inkomensopgave
Appellant ontvangt een WAO-uitkering die sinds 1998 is berekend op basis van een arbeidsongeschiktheidsklasse van 55 tot 65%. Jaarlijks heeft appellant zijn inkomsten uit arbeid opgegeven, maar over 2000 en 2002 werden alleen zelfstandige inkomsten gemeld, terwijl ook inkomsten uit dienstbetrekking zijn genoten. Het UWV stelde na onderzoek vast dat appellant de inlichtingenverplichting heeft geschonden en paste de uitkering aan naar lagere arbeidsongeschiktheidsklassen.
De rechtbank vernietigde het besluit voor 2002 deels en beval een nieuw besluit. Het UWV stelde daarop het uitkeringspercentage voor 2002 bij. Appellant voerde in hoger beroep aan dat het UWV onvoldoende onderzoek had gedaan, dat het maatmaninkomen onjuist was vastgesteld en dat hij niet wist dat zijn inkomsten invloed hadden op de uitkering.
De Raad overweegt dat appellant geen juiste opgave heeft gedaan van zijn inkomsten uit dienstbetrekking, wat een schending van de inlichtingenverplichting vormt. De Raad laat in het midden of appellant redelijkerwijs kon weten dat zijn inkomsten invloed hadden op de uitkering, omdat de schending op zichzelf voldoende is voor de korting. De bezwaararbeidsdeskundige heeft de inkomensgegevens herberekend, maar dit leidt niet tot een andere uitkomst.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de korting op de WAO-uitkering bevestigd.