ECLI:NL:CRVB:2008:BD1255
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- B.J. van der Net
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling WW-dagloon zonder basering op aansluitend ZW-dagloon
Appellante, arbeidsongeschikt geworden als leidinggevend administratief medewerkster, verzet zich tegen de vaststelling van haar WW-dagloon per 16 januari 2006, dat door het UWV is vastgesteld op €99,86. Zij stelt dat het WW-dagloon moet worden gebaseerd op haar eerdere ZW-dagloon van €106,40, wat leidt tot een geindexeerd bedrag van €107,60.
De rechtbank had reeds het ZW-besluit vernietigd en het ZW-dagloon vastgesteld op een identiek bedrag als het WW-dagloon. De Centrale Raad van Beroep sluit zich aan bij de rechtbank en overweegt dat het WW-dagloon niet kan worden gebaseerd op het WAO-dagloon of het aansluitend verkregen ZW-dagloon, aangezien appellante tot haar contractbeëindiging loon heeft ontvangen en geen WAO-uitkering kreeg.
Er is geen specifieke regelgeving die toestaat het WW-dagloon te baseren op het aansluitend verkregen ZW-dagloon. Het hoger beroep wordt daarom afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de vaststelling van het WW-dagloon bevestigd.