ECLI:NL:CRVB:2008:BD1273
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.C.M. van Laar
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep vernietigt UWV-besluit wegens onvoldoende medische grondslag WAO-herbeoordeling
Appellante, voormalig montagemedewerker, ontving sinds 2000 een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid van 80-100%. Na een herbeoordeling in 2005 door arts Zamani stelde het UWV dat zij duurzaam inzetbaar was en trok de uitkering in. Appellante maakte bezwaar en voerde aan dat haar cognitieve beperkingen, vastgesteld in 2000 door arts Brouwer, onvoldoende waren meegenomen.
De rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond en vernietigde het UWV-besluit, met name omdat de belastbaarheid bij functies als kassamedewerker onvoldoende was toegelicht. Het UWV handhaafde het besluit in een nieuw besluit uit 2006, waarop hoger beroep werd ingesteld.
De Raad oordeelt dat het nieuwe besluit niet deugdelijk gemotiveerd is, omdat de beperkingen op het psychomentale vlak niet adequaat zijn verwerkt in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML). Hoewel cognitieve stoornissen uit 2000 nog steeds aanwezig zijn, is dit niet vertaald in een aanscherping van de FML. Daarom wordt het besluit vernietigd en moet het UWV opnieuw beslissen.
De Raad verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang bij de oorspronkelijke uitspraak, veroordeelt het UWV in de proceskosten en bepaalt dat het betaalde griffierecht wordt vergoed.
Uitkomst: Het bestreden UWV-besluit wordt vernietigd wegens onvoldoende medische onderbouwing en het UWV moet een nieuw besluit nemen.