ECLI:NL:CRVB:2008:BD1302
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekkingsbesluit WAO-uitkering wegens onvoldoende onderbouwing arbeidskundige beoordeling
Appellante kreeg een WAO-uitkering die door het UWV per 13 september 2005 werd ingetrokken op grond van een vastgestelde arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, omdat zij de vastgestelde belastbaarheid en de geschatte functies passend achtte.
In hoger beroep stelde appellante dat haar medische beperkingen werden onderschat en dat zij de werkzaamheden niet kon verrichten. De Raad oordeelde dat er geen objectieve medische gegevens waren die twijfel zaaiden over de functionele mogelijkheden die het UWV vaststelde. De verklaring van de huisarts bevestigde chronische pijnklachten maar geen verergering of extra beperkingen op de datum in geding.
Wel werd een arbeidskundig rapport overgelegd dat voldoende motiveerde waarom de functies binnen het bereik van appellante lagen. Desondanks oordeelde de Raad dat het UWV in hoger beroep eerst deze arbeidskundige onderbouwing had moeten geven, wat niet was gebeurd. Daarom werd het besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen bleven in stand. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd wegens onvoldoende arbeidskundige onderbouwing, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.