ECLI:NL:CRVB:2008:BD1304
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens ontbreken arbeidsbeperkingen
Appellante ging in hoger beroep tegen de intrekking van haar WAO-uitkering door het UWV, omdat zij van mening was dat haar gezondheidsklachten zoals hoofdpijn, duizeligheid en flauwvallen niet waren afgenomen. De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard en het UWV had het primaire besluit gehandhaafd dat de uitkering vanaf 22 maart 2005 introk wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid.
In hoger beroep stelde appellante dat het besluit onzorgvuldig was voorbereid en onvoldoende was gemotiveerd, en verzocht zij om benoeming van een externe medische deskundige. De Raad overwoog dat het bestreden besluit gebaseerd was op een medische rapportage van een bezwaarverzekeringsarts en eerdere medische rapportages, waaruit bleek dat er geen in aanmerking te nemen arbeidsbeperkingen waren.
De Raad concludeerde dat appellante geen nieuwe objectieve medische gegevens had overgelegd die haar stelling ondersteunden. Ook zag de Raad geen reden om af te wijken van het oordeel van het UWV of om een externe deskundige te benoemen. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering wegens het ontbreken van arbeidsbeperkingen.