ECLI:NL:CRVB:2008:BD1317
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkverklaring bezwaar wegens termijnoverschrijding ondanks medische situatie
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV dat hij geen recht meer had op ziekengeld. Dit bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege overschrijding van de bezwaartermijn. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was.
In hoger beroep stelde appellant dat zijn langdurige schizofrenie hem verhinderde tijdig bezwaar te maken. De Raad constateerde dat de kennisgeving van de zitting aanvankelijk naar een oud adres was gestuurd, maar dat appellant niet had doorgegeven dat hij was verhuisd. De Raad benadrukte dat dit voor risico van appellant kwam.
De Raad oordeelde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij door zijn medische situatie geheel niet in staat was tijdig bezwaar te maken, ook niet met hulp van derden. Daarom werd de niet-ontvankelijkverklaring bevestigd en werd geen toepassing gegeven aan artikel 8:75 van Pro de Awb.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar wordt bevestigd wegens niet verschoonbare termijnoverschrijding.