ECLI:NL:CRVB:2008:BD1318
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- B.J. van der Net
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Beoordeling juiste vaststelling WW-dagloon en verwerking vakantiebijslag en ziektekostenbijdrage
De zaak betreft het hoger beroep van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) tegen een uitspraak van de rechtbank Breda over de vaststelling van het WW-dagloon van betrokkene, die tot 1 januari 2006 als docent techniek werkte. Betrokkene ontving een uitkering krachtens de Werkloosheidswet, waarbij het dagloon aanvankelijk werd vastgesteld op €158,96. Na bezwaar werd dit verhoogd naar €164,87 en later geïndexeerd naar €165,89.
De rechtbank vernietigde de besluiten van het UWV omdat bij de berekening van het dagloon ten onrechte rekening was gehouden met de feitelijk ontvangen vakantiebijslag in plaats van het opgebouwde recht daarop, en omdat onvoldoende was gemotiveerd waarom de bijdrage in ziektekosten niet werd verdisconteerd. De Raad stelt vast dat de rechtbank de overgangsbepaling in artikel 24 van Pro het Besluit dagloonregels werknemersverzekeringen over het hoofd zag, waardoor het UWV terecht de feitelijk ontvangen vakantiebijslag verrekende.
Verder oordeelt de Raad dat het besluit van 19 april 2007 betreffende de ziektekostenbijdrage onvoldoende gemotiveerd is en vernietigt dit besluit, maar laat de rechtsgevolgen daarvan in stand omdat op grond van de Coördinatiewet Sociale Verzekering deze bijdragen niet tot het loon behoren. Het beroep tegen de indexering van het dagloon wordt ongegrond verklaard. Tot slot veroordeelt de Raad het UWV in de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: Het WW-dagloon is juist vastgesteld inclusief feitelijk ontvangen vakantiebijslag, het besluit over ziektekostenbijdrage wordt vernietigd maar rechtsgevolgen blijven in stand, en het beroep tegen indexering wordt ongegrond verklaard.