ECLI:NL:CRVB:2008:BD1371

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
8 mei 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
06-6213 AKW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Algemene KinderbijslagwetArt. 8:75 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Weigering kinderbijslag wegens onvoldoende bewijs van onderhoudsbijdrage voor kind in Thailand

Appellant diende op 9 april 2005 een aanvraag in voor kinderbijslag voor zijn in Thailand verblijvende dochter, waarbij hij als vader was geregistreerd. De Sociale verzekeringsbank (Svb) weigerde aanvankelijk de aanvraag wegens het ontbreken van een gelegaliseerde geboorteakte. Na bezwaar werd dit besluit herroepen, maar kinderbijslag werd alsnog geweigerd omdat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij zijn dochter in belangrijke mate had onderhouden.

De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat hij weliswaar financiële beperkingen heeft, maar toch zoveel mogelijk geld naar Thailand overmaakt. De Raad stelt vast dat appellant alleen aanspraak kan maken op kinderbijslag als hij minimaal €386 per kwartaal heeft bijgedragen aan het levensonderhoud van zijn dochter, die niet tot zijn huishouden behoort.

Appellant overhandigde bewijsstukken van overmakingen, maar deze bedragen waren onvoldoende om aan de onderhoudsverplichting te voldoen. Ondanks begrip voor zijn situatie, oordeelt de Raad dat de Svb terecht de kinderbijslag heeft geweigerd. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.

Uitkomst: Hoger beroep ongegrond; kinderbijslag wordt geweigerd wegens onvoldoende bewijs van onderhoudsbijdrage.

Uitspraak

06/6213 AKW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellant] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Leeuwarden van 19 oktober 2006, 06/798 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (hierna: Svb).
Datum uitspraak: 8 mei 2008
I. PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld.
De Svb heeft een verweerschrift, met diverse bijlagen, ingediend.
Appellant heeft daarna nog enkele brieven aan de Raad gezonden.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 27 maart 2008. Appellant is daarbij verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. A.P. van den Berg.
II. OVERWEGINGEN
Appellant heeft op 9 april 2005 een aanvraag om toekenning van kinderbijslag ingevolge de Algemene Kinderbijslagwet (AKW) ingediend bij de Svb voor het kind [Y.], geboren [in] 2002. Blijkens een door appellant overgelegde geboorte akte uit Thailand is appellant geregistreerd als de vader van dit kind. Ten tijde van de aanvraag verbleef [Y.] met haar moeder in Thailand.
De Svb heeft bij besluit van 12 juli 2005 medegedeeld dat de aanvraag van appellant niet verder in behandeling wordt genomen, omdat appellant geen gelegaliseerde geboorte akte van [Y.] had overgelegd. Naar aanleiding van het door appellant aangevoerde bezwaar heeft de Svb bij beslissing op bezwaar van 17 maart 2006 (hierna: het bestreden besluit) het besluit van 12 juli 2005 herroepen. Voorts is bij dit besluit met ingang van het tweede kwartaal van 2005 kinderbijslag voor [Y.] geweigerd, omdat appellant niet op eenvoudig te controleren wijze heeft aangetoond in belangrijke mate te hebben bijgedragen in het levensonderhoud van [Y.].
De rechtbank heeft het beroep van appellant ongegrond verklaard. In hoger beroep heeft appellant wederom aangevoerd dat hij al het mogelijke doet om zoveel mogelijk geld naar Thailand over te maken, maar dat hij niet beschikt over voldoende financiële middelen.
De Raad overweegt het volgende.
Tussen partijen is in hoger beroep in geschil of de Svb terecht heeft besloten dat appellant over het tweede tot en met het vierde kwartaal van 2005 geen aanspraak heeft op kinderbijslag voor [Y.], omdat hij niet heeft aangetoond of aannemelijk gemaakt dat hij zijn dochter toen in belangrijke mate heeft onderhouden.
De Raad stelt ten aanzien van dit geschilpunt voorop dat tussen partijen niet in geschil is dat [Y.] gedurende voornoemd tijdvak heeft verbleven bij haar moeder in Thailand en dus niet behoorde tot het huishouden van appellant. Dit betekent dat appellant slechts aanspraak heeft op kinderbijslag als hij gedurende deze kwartalen heeft voldaan aan de bij en krachtens de AKW gestelde voorwaarde dat hij [Y.] in belangrijke mate, dat wil zeggen voor een bedrag van tenminste € 386,-- per kwartaal heeft onderhouden. Blijkens vaste rechtspraak van de Raad dient een verzekerde desgevraagd op een voor het uitvoeringsorgaan eenvoudig te controleren wijze -met name door middel van bankoverschrijvingen ten name van de persoon die het kind verzorgt- aan te tonen dan wel aannemelijk te maken dat hij voor zijn niet in Nederland verblijvende kind heeft voldaan aan de voor hem geldende onderhoudsbijdrage.
Appellant heeft diverse bewijsstukken overgelegd ten aanzien van overmakingen die betrekking hebben op de in geschil zijnde kwartalen, doch de blijkens die stukken overgemaakt bedragen zijn in ieder geval onvoldoende om te kunnen voldoen aan de hiervoor genoemde onderhoudsbijdrage. Hoewel ook de Raad begrip heeft voor de lastige situatie van appellant, nu hij over onvoldoende financiële middelen beschikt om aan de vereiste onderhoudsbijdrage te kunnen voldoen, moet de Raad vast stellen dat de Svb terecht heeft geweigerd kinderbijslag aan appellant toe te kennen over de in geschil zijnde kwartalen.
Uit het vorenstaande vloeit voort dat het hoger beroep niet kan slagen, zodat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.
De Raad acht geen termen aanwezig toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht inzake een vergoeding van proceskosten.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door T.L. de Vries. De beslissing is, in tegenwoordigheid van C. de Blaeij als griffier, uitgesproken in het openbaar op 8 mei 2008.
(get.) T.L. de Vries.
(get.) C. de Blaeij.
AR