ECLI:NL:CRVB:2008:BD1371
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering kinderbijslag wegens onvoldoende bewijs van onderhoudsbijdrage voor kind in Thailand
Appellant diende op 9 april 2005 een aanvraag in voor kinderbijslag voor zijn in Thailand verblijvende dochter, waarbij hij als vader was geregistreerd. De Sociale verzekeringsbank (Svb) weigerde aanvankelijk de aanvraag wegens het ontbreken van een gelegaliseerde geboorteakte. Na bezwaar werd dit besluit herroepen, maar kinderbijslag werd alsnog geweigerd omdat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij zijn dochter in belangrijke mate had onderhouden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat hij weliswaar financiële beperkingen heeft, maar toch zoveel mogelijk geld naar Thailand overmaakt. De Raad stelt vast dat appellant alleen aanspraak kan maken op kinderbijslag als hij minimaal €386 per kwartaal heeft bijgedragen aan het levensonderhoud van zijn dochter, die niet tot zijn huishouden behoort.
Appellant overhandigde bewijsstukken van overmakingen, maar deze bedragen waren onvoldoende om aan de onderhoudsverplichting te voldoen. Ondanks begrip voor zijn situatie, oordeelt de Raad dat de Svb terecht de kinderbijslag heeft geweigerd. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond; kinderbijslag wordt geweigerd wegens onvoldoende bewijs van onderhoudsbijdrage.