ECLI:NL:CRVB:2008:BD1397
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- R.C. Stam
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging WAO-uitkering en terugvordering wegens verzwegen inkomsten uit arbeid
Appellant ontving sinds 1976 een WAO-uitkering, laatstelijk berekend op 80-100% arbeidsongeschiktheid. Vanaf 1982 verrichtte hij zonder opgave aan het UWV betaalde kluswerkzaamheden, waaronder gazonmaaien op een vakantiepark. Dit leidde eerder tot terugvordering over 1982-1987.
In 2004 kwam het UWV nieuwe informatie ter ore, waarna een opsporingsonderzoek volgde. In 2005 werd vastgesteld dat appellant opnieuw werkzaamheden verrichtte en hierover een onjuiste verklaring had afgelegd. Het UWV verlaagde daarop de WAO-uitkering vanaf 2002 en vorderde onverschuldigd betaalde bedragen terug.
Appellant voerde aan dat het UWV verkeerde aannames deed over de gewerkte uren en kosten, en dat zijn verklaring als verdachte niet juist was. De Raad oordeelde dat het UWV terecht was uitgegaan van de verklaring van appellant tegenover de opsporingsambtenaar, mede omdat appellant geen administratie kon overleggen en zijn latere ontkenningen niet overtuigend waren. Ook ontbrak bewijs voor hogere kosten. De Raad bevestigde daarom het besluit tot verlaging en terugvordering.
Uitkomst: De verlaging van de WAO-uitkering en de terugvordering van onverschuldigde betalingen worden bevestigd.