ECLI:NL:CRVB:2008:BD1402
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Herbeoordeling arbeidsongeschiktheid en vernietiging besluit WAO-uitkering
Appellante ontving een WAO-uitkering gebaseerd op een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Na een herbeoordeling door een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige stelde het UWV dat zij geen verlies aan verdiencapaciteit had en trok de uitkering in. Na bezwaar en heroverweging werd de uitkering herzien naar een arbeidsongeschiktheid van 45 tot 55%.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze herziening ongegrond. In hoger beroep stelde de Centrale Raad van Beroep vast dat het UWV de medische en arbeidskundige onderbouwing van de schatting had gewijzigd en pas in hoger beroep een volledige motivering gaf. Hierdoor werd het besluit vernietigd wegens strijd met de motiveringsvereisten van de Awb.
De Raad oordeelde dat de medische beoordeling zorgvuldig was, rekening houdend met diverse medische rapporten en een urenbeperking. De arbeidskundige selectie van functies was passend en voldoende gemotiveerd. De taak in de huishouding en de zorg voor het jongste kind werden buiten beschouwing gelaten bij de beoordeling van arbeidsmogelijkheden.
De rechtsgevolgen van het vernietigde besluit blijven in stand. Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten en vergoeding van het griffierecht aan appellante.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot herziening van de WAO-uitkering wordt vernietigd en de rechtsgevolgen blijven in stand.