ECLI:NL:CRVB:2008:BD1496
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks vermoeidheidsklachten en hormoontekort
Appellante maakte bezwaar tegen de herziening van haar WAO-uitkering, waarbij het UWV haar arbeidsongeschiktheid had verlaagd van 45-55% naar 15-25% met ingang van 1 maart 2005. De rechtbank wees het bezwaar af en appellante ging in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad overwoog dat de medische beperkingen die door de (bezwaar)verzekeringsartsen waren vastgesteld, niet te gering waren en dat deze artsen rekening hadden gehouden met de vermoeidheidsklachten van appellante door vooral energetische beperkingen te hanteren. Het hormoontekort dat appellante aanvoerde als oorzaak van haar klachten werd niet als voldoende medisch objectief bewijs erkend, mede omdat de huisarts aangaf dat hormoonmedicatie werd gegeven zonder bewezen tekort.
De Raad concludeerde dat appellante met inachtneming van de beperkingen geschikt was voor de door de arbeidsdeskundige geselecteerde functies. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering werd bevestigd en het hoger beroep van appellante werd afgewezen.