ECLI:NL:CRVB:2008:BD1548
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAZ-uitkering wegens geschiktheid voor eigen werk directeur-grootaandeelhouder
Appellant, directeur-grootaandeelhouder van een autogaragebedrijf, vroeg een WAZ-uitkering aan wegens fysieke en psychische klachten die hem ongeschikt zouden maken voor zijn eigen werk en andere loonvormende arbeid. Een verzekeringsgeneeskundig onderzoek leidde tot een Functionele MogelijkhedenLijst (FML) waarin beperkingen werden vastgesteld, maar ook duurzaam benutbare arbeidsmogelijkheden. Een arbeidskundig onderzoek concludeerde dat appellant geschikt was voor zijn eigen werk en niet als arbeidsongeschikt kon worden beschouwd.
Het Uwv wees de WAZ-aanvraag af omdat appellant minder dan 25% arbeidsongeschikt was per 31 december 2003. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond, oordeelde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat appellant onvoldoende concrete gegevens over zijn werkzaamheden had verstrekt, waardoor een afgewogen oordeel mogelijk was.
In hoger beroep voerde appellant aan dat het onderzoek onzorgvuldig was en dat hij medisch zwaarder beperkt was dan vastgesteld. De Raad vond echter geen medische stukken die dit ondersteunden en wees erop dat het onderzoek op 8 maart 2005 bijna een uur duurde. De Raad concludeerde dat appellant geschikt was voor zijn eigen werk en bevestigde de eerdere uitspraak. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAZ-uitkering omdat appellant geschikt is voor zijn eigen werk.