ECLI:NL:CRVB:2008:BD1552
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geen recht op ziekengeld wegens geschiktheid voor eigen werk als kippenslachter
Appellant was werkzaam als uitzendkracht in een kippenslachterij en meldde zich ziek wegens rugklachten en pijn in zijn been en voet. Het UWV kende hem een uitkering toe op grond van de Ziektewet. Na medisch onderzoek door een verzekeringsarts en het bestuderen van medische gegevens, waaronder röntgenonderzoek en fysiotherapeutische rapportages, concludeerde het UWV dat appellant weer geschikt was voor zijn eigen werk.
Het UWV beëindigde daarom het ziekengeld per 13 juli 2005. Appellant maakte bezwaar en overhandigde medische stukken uit Turkije, maar het bezwaar werd ongegrond verklaard. De rechtbank bevestigde dit oordeel en stelde vast dat op de datum in kwestie geen objectieve medische gronden waren om appellant ongeschikt te achten voor zijn werkzaamheden.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij ongeschikt was en dat het UWV zijn klachten onvoldoende had getoetst aan het gevarieerde werk dat hij verrichtte. De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank en vond dat de medische gegevens geen aanwijzingen bevatten die het standpunt van appellant ondersteunden. Ook de aangekondigde medische advisering bleef uit. De Raad concludeerde dat appellant geschikt was voor zijn werk en bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geen recht meer heeft op ziekengeld omdat hij geschikt is voor zijn eigen werk als kippenslachter.