ECLI:NL:CRVB:2008:BD1564
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- M.A. Hoogeveen
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijk verklaring hoger beroep inzake WW-uitkering vanaf 17 januari 2005
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Middelburg waarin haar beroep tegen een besluit van het Uwv over de weigering van een WW-uitkering per 9 mei 2005 ongegrond werd verklaard. Het Uwv had besloten dat appellante vanaf 10 januari 2005 geen recht had op WW-uitkering omdat zij niet voor ten minste de helft van haar gemiddelde uren werkloos was geworden. Een later besluit van 21 september 2005 ontzegde haar het recht op WW-uitkering vanaf 17 januari 2005, dat na bezwaar werd gehandhaafd.
De rechtbank had het beroep van appellante tegen het besluit van 9 mei 2005 ongegrond verklaard, maar had in een andere procedure het beroep van appellante tegen het besluit van 21 september 2005 gegrond verklaard. De Raad doet hierover afzonderlijk uitspraak. Omdat appellante met haar hoger beroep alleen een uitspraak wenst over het recht op uitkering vanaf 17 januari 2005 en de Raad hierover al apart beslist, ontbreekt het aan een procesbelang voor dit hoger beroep.
Daarom verklaart de Centrale Raad van Beroep het hoger beroep niet-ontvankelijk. Er wordt geen veroordeling in proceskosten opgelegd. De uitspraak is gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 19 maart 2008.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang.