ECLI:NL:CRVB:2008:BD1613
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering kinderbijslag wegens onvoldoende onderhoudsaanwijzing voor in buitenland verblijvend kind
Appellant had kinderbijslag aangevraagd voor zijn in Tunesië verblijvende zoon, waarbij de Sociale verzekeringsbank (Svb) het tweede en derde kwartaal van 2004 weigerde omdat niet was aangetoond dat het kind in belangrijke mate werd onderhouden. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat geen bijzondere omstandigheden bestonden om kinderbijslag met terugwerkende kracht toe te kennen.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij door ernstige psychische problemen niet eerder kon aanvragen en dat hij van 24 juni tot 9 augustus 2004 bij zijn zoon verbleef, waardoor het onderhoud ook anders dan via bankoverschrijvingen kon worden aangetoond. De Raad stelde dat de psychische problematiek onvoldoende was om een bijzonder geval aan te nemen en dat de beleidsregels van de Svb omtrent verblijf van ten minste twee maanden in een kwartaal voor alternatieve bewijsvoering rechtens toelaatbaar zijn.
De Raad concludeerde dat appellant onvoldoende bewijs had geleverd van onderhoud in het tweede en derde kwartaal 2004, onder meer omdat het verblijf korter dan twee maanden was en het overgelegde vliegticket onvoldoende was om aan de onderhoudsvereiste te voldoen. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van kinderbijslag over het tweede en derde kwartaal van 2004 wegens onvoldoende bewijs van onderhoud.