ECLI:NL:CRVB:2008:BD1719

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
7 mei 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07-106 ZW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Herziening
Rechters
  • J.F. Bandringa
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:88 AwbArt. 21 Beroepswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek om herziening van bestuursrechtelijke uitspraak UWV

Verzoekster heeft bij de Centrale Raad van Beroep verzocht om herziening van een eerdere uitspraak waarin haar bezwaar tegen een beslissing van het UWV werd afgewezen. De Raad bevestigde eerder de uitspraak van de rechtbank Rotterdam en oordeelde dat de medische beoordeling door de verzekeringsarts zorgvuldig en juist was.

De gemachtigde van verzoekster stelde dat sprake was van een kennelijke misslag omdat de rechter zonder medische deskundigheid de medische kwestie afhandelde en dat belangrijke medische feiten niet in de uitspraak waren verwerkt. Ter onderbouwing werd een rapport van Instituut Psychosofia overgelegd.

De Raad overwoog dat het rechtsmiddel van herziening uitsluitend openstaat indien sprake is van een nieuw feit of nieuwe omstandigheid zoals bedoeld in artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, en dat een hernieuwde discussie over de zaak of de juistheid van de uitspraak niet aan de orde is. Omdat verzoekster geen nieuw feit of nieuwe omstandigheid heeft aangedragen, wees de Raad het verzoek om herziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het verzoek om herziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.

Uitspraak

07/106 ZW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet op het verzoek om herziening van:
[Verzoekster] (hierna: verzoekster),
van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 6 december 2006 (04/4776 ZW),
in het geding tussen:
verzoekster
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 7 mei 2008
I. PROCESVERLOOP
Namens verzoekster heeft mr. W.C. de Jonge, advocaat te Vlaardingen, verzocht om herziening van de uitspraak van de Raad van 6 december 2006 (04/4776 ZW).
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
De zaak is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 26 maart 2008.
Waar partijen, met voorafgaand bericht, niet zijn verschenen.
II. OVERWEGINGEN
Op grond van artikel 8:88, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), in verbinding met artikel 21 van Pro de Beroepswet, kan een onherroepelijk geworden uitspraak van de Raad, op verzoek van een partij, worden herzien op grond van feiten of omstandigheden die:
a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,
b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en
c. waren zij bij de Raad eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.
Bij de uitspraak waarvan thans om herziening wordt verzocht, heeft de Raad de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 20 augustus 2004 (03/2960) bevestigd. De Raad heeft daarbij – kort weergegeven – overwogen dat geen aanleiding bestaat om te twijfelen aan de zorgvuldigheid en juistheid van de medische beoordeling van de (bezwaar)verzekeringsarts.
De gemachtigde van verzoekster heeft zich op het standpunt gesteld – kort weergegeven – dat sprake is van een kennelijke misslag nu de rechter, die niet medisch deskundig is, zelf de medische kwestie afdoet. Tevens stelt de gemachtigde van verzoekster dat in de uitspraak belangrijke medische feiten niet tot uitdrukking zijn gekomen en dat de rechter aldus niet bekend is geweest met deze feiten. Nu op voorhand bij verzoekster niet bekend was dat deze feiten niet in de uitspraak tot uitdrukking zouden komen, is derhalve sprake van nieuwe feiten of omstandigheden. Ter onderbouwing van haar standpunt heeft de gemachtigde van verzoekster tevens een rapport van 30 januari 2007 van Instituut Psychosofia overgelegd.
Zoals de Raad reeds eerder heeft overwogen in zijn uitspraak van 3 oktober 2003, LJN: AN7982 is het (bijzondere) rechtsmiddel van herziening niet gegeven om anders dan op grond van enig nieuw feit of enige nieuwe omstandigheid als bedoeld in artikel 8:88 van Pro de Awb in verbinding met artikel 21 van Pro de Beroepswet, een hernieuwde discussie over de betrokken zaak te voeren en evenmin om een discussie over de juistheid van de betrokken uitspraak te openen. De Raad is niet gebleken dat namens verzoekster enig nieuw feit of enige nieuwe omstandigheid, zoals bedoeld in artikel 8:88 van Pro de Awb, naar voren is gebracht. De door de gemachtigde van verzoekster aangehaalde omstandigheden kunnen niet als zodanig worden aangemerkt.
Gelet op het vorenstaande dient het verzoek om herziening dan ook te worden afgewezen.
Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Wijst het verzoek om herziening af.
Deze uitspraak is gedaan door J.F. Bandringa. De beslissing is, in tegenwoordigheid van E. de Bree als griffier, uitgesproken in het openbaar op 7 mei 2008.
(get.) J.F. Bandringa.
(get.) E. de Bree.
JL