ECLI:NL:CRVB:2008:BD1873
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- Rechtspraak.nl
Geen toekenning van bijstand met terugwerkende kracht na verblijfstitel
Appellant heeft een verblijfsvergunning gekregen met terugwerkende kracht tot 7 december 2001, maar vroeg bijstand aan vanaf 18 februari 2005. Het College kende bijstand toe vanaf die datum en wees een verzoek om bijstand met terugwerkende kracht af. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellant ging in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad overwoog dat de WWB bepaalt dat bijstand wordt toegekend vanaf de dag waarop het recht ontstaat, maar niet vóór de datum van melding bij de CWI of aanvraag. Afwijking is alleen mogelijk bij bijzondere omstandigheden. Appellant stelde dat ziekte en schulden bijzondere omstandigheden vormden, maar kon niet aantonen dat hij vóór 18 februari 2005 niet in zijn levensonderhoud voorzag of dat er schulden met terugbetalingsverplichting waren.
Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat de vergelijkingen niet volledig gelijk waren. De Raad concludeerde dat het College terecht de ingangsdatum van de bijstand heeft vastgesteld op 18 februari 2005 en bevestigde de aangevallen uitspraak. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De bijstand wordt toegekend vanaf de datum van melding bij de CWI en niet met terugwerkende kracht.