ECLI:NL:CRVB:2008:BD1880

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
13 mei 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07-1569 WWB
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • J.M.A. van der Kolk-Severijns
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4:6 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand · 7 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging afwijzing bijzondere bijstand voor vervanging brillenglazen zonder nieuwe feiten

Appellant heeft meerdere aanvragen ingediend voor bijzondere bijstand voor de vervanging van brillenglazen, waarbij eerdere aanvragen door het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam werden afgewezen. Na bezwaar en beroep bij de rechtbank werd het besluit van het College gehandhaafd.

In hoger beroep stelt appellant dat er nieuwe feiten zijn, waaronder een rekening van een opticien en een brief van de zorgverzekeraar, die recht zouden geven op heroverweging. De Centrale Raad van Beroep overweegt dat een bestuursorgaan bevoegd is een herhaalde aanvraag inhoudelijk te behandelen, maar dat bij handhaving van het eerdere besluit de rechter zich moet beperken tot de vraag of er nieuwe feiten of veranderde omstandigheden zijn die een herziening rechtvaardigen.

De Raad concludeert dat appellant geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden heeft aangevoerd die het eerdere besluit kunnen wijzigen. Daarom wordt het hoger beroep verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er worden geen proceskosten opgelegd.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de afwijzing van bijzondere bijstand wordt bevestigd wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.

Uitspraak

07/1569 WWB
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellant] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 7 februari 2007, 05/3488 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam (hierna: College)
Datum uitspraak: 13 mei 2008
I. PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 1 april 2008. Appellant is niet verschenen. Het College heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. L.M. Mulder, werkzaam bij de gemeente Amsterdam.
II. OVERWEGINGEN
De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.
Bij besluit op bezwaar van 3 februari 2005 - voor zover nog van belang - heeft het College het besluit van 29 oktober 2004 gehandhaafd, in welk besluit de aanvraag om bijzondere bijstand in de kosten van vervanging van brillenglazen van appellant werd afgewezen. Tegen eerst vermeld besluit heeft appellant geen beroep ingesteld.
Op 10 maart 2005 heeft appellant wederom een aanvraag ingediend om bijzondere bijstand in de kosten van vervanging van brillenglazen. Appellant heeft daarbij aangegeven dat Agis Zorgverzekeringen een bedrag van € 115,-- vergoedt, waarna een bedrag van € 169,-- resteert.
Bij besluit van 18 maart 2005 heeft het College de aanvraag van appellant afgewezen op de grond dat sprake is van een voorliggende voorziening. Voor kosten die in de voorliggende voorziening als niet noodzakelijk worden aangemerkt bestaat geen recht op bijzondere bijstand.
Bij besluit van 9 juni 2005 heeft het College het bezwaar tegen het besluit van 18 maart 2005 ongegrond verklaard.
Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het besluit van 9 juni 2005 ongegrond verklaard
Appellant heeft zich in hoger beroep gemotiveerd tegen deze uitspraak gekeerd.
De Raad komt tot de volgende beoordeling.
De Raad stelt voorop dat hem uit de stukken is gebleken dat de rechtbank aan appellant in de zaak met het reg.nr. 05/3488 WWB een uitnodiging heeft verzonden om ter zitting van de rechtbank te verschijnen. De door appellant ter zake naar voren gebrachte grief faalt derhalve.
Voorts overweegt de Raad als volgt.
Een bestuursorgaan is in het algemeen bevoegd om, na een eerdere afwijzing, een herhaalde aanvraag inhoudelijk te behandelen en daarbij het oorspronkelijke besluit in volle omvang te heroverwegen. Bewoordingen en strekking van artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) staan daaraan niet in de weg. Indien het bestuursorgaan met gebruikmaking van deze bevoegdheid de eerdere afwijzing handhaaft, kan dit echter niet de weg openen naar een toetsing als betrof het een oorspronkelijk besluit. Een dergelijke wijze van toetsen zou zich niet verdragen met de dwingendrechtelijk voorgeschreven termijn(en) voor het instellen van rechtsmiddelen in het bestuursrecht. De bestuursrechter dient dan ook het oorspronkelijke besluit tot uitgangspunt te nemen en zich in beginsel te beperken tot de vraag of sprake is van nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden en, zo ja, of het bestuursorgaan daarin aanleiding had behoren te vinden om het oorspronkelijke besluit te herzien.
Appellant heeft ter ondersteuning van zijn (herhaalde) aanvraag verwezen naar de overgelegde rekening van de opticien van 9 maart 2005 alsmede naar de brief van Agis Verzekeringen van 2 maart 2005.
De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat geen sprake is van nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden als bedoeld in artikel 4:6 van Pro de Awb alsmede de overwegingen waarop dit oordeel berust. Daarvan uitgaande ziet de Raad geen grond voor het oordeel dat het College niet in redelijkheid tot het besluit van
9 juni 2005 heeft kunnen komen dan wel daarbij anderszins heeft gehandeld in strijd met een geschreven of ongeschreven rechtsregel of met een algemeen rechtsbeginsel.
Het voorgaande betekent dat het hoger beroep niet slaagt, zodat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.
De Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door J.M.A. van der Kolk-Severijns. De beslissing is, in tegenwoordigheid van S.R. Bagga als griffier, uitgesproken in het openbaar op 13 mei 2008.
(get.) J.M.A. van der Kolk-Severijns.
(get.) S.R. Bagga.
AR060508