ECLI:NL:CRVB:2008:BD1897
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- B.J. van der Net
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en herziening WW-uitkering wegens onrechtmatig verhoogd loon
Appellant was werkzaam als visfileerder bij een bedrijf dat failliet ging. Na het indienen van aanvragen voor WW-uitkeringen, bleek uit onderzoek dat de lonen vanaf oktober 2004 ongebruikelijk waren verhoogd, bijna verdubbeld, zonder dat hiervoor een schriftelijke of feitelijke loonafspraak bestond.
Het UWV concludeerde op basis van een rapport over werknemersfraude dat de uitkeringen onterecht waren toegekend op basis van het verhoogde loon. Appellant voerde aan dat er een loonafspraak bestond en deed een beroep op het gelijkheidsbeginsel, maar dit werd verworpen omdat de loonsverhoging niet was uitbetaald en niet schriftelijk was vastgelegd.
De Raad oordeelde dat appellant niet had voldaan aan zijn inlichtingenplicht en dat het UWV terecht de uitkeringen heeft ingetrokken en herzien. De terugvordering van onverschuldigde uitkeringen werd gehandhaafd. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en herziening van de WW-uitkering wegens onrechtmatig verhoogd loon.