ECLI:NL:CRVB:2008:BD1908
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongegrondverklaring beroep tegen beëindiging Ziektewet-uitkering wegens onvoldoende medische onderbouwing
Appellant stelde in hoger beroep dat hij wegens ziekte of gebrek niet in staat was zijn werk als CAD-tekenaar te verrichten en betwistte de beëindiging van zijn Ziektewet-uitkering per 16 december 2005. De Raad verwijst naar de feiten en overwegingen van de rechtbank Arnhem, die het beroep ongegrond verklaarde.
In hoger beroep heeft appellant geen nieuwe medische gegevens overgelegd die zijn standpunt ondersteunen. De bezwaarverzekeringsarts concludeerde op basis van eerdere medische informatie dat appellant weliswaar reële klachten en beperkingen heeft, waaronder een posttraumatische stressstoornis met dwanghandelingen, maar dat deze niet zodanig zijn dat appellant op de datum in kwestie ongeschikt was voor de maatgevende arbeid.
De door appellant ingebrachte aanvullende gegevens, zoals de intake bij de GGZ in mei 2006, bieden geen nieuw licht op zijn gezondheidstoestand op 16 december 2005. De Raad ziet geen reden voor een onafhankelijk medisch onderzoek en bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank dat het beroep ongegrond is.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van de Ziektewet-uitkering wordt ongegrond verklaard en de beëindiging blijft gehandhaafd.