ECLI:NL:CRVB:2008:BD1928
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering kinderbijslag wegens ontbreken verzekering krachtens AKW
Appellant, woonachtig in Marokko, verzocht kinderbijslag voor zijn in 2001 geboren kind Mohamed. De Sociale verzekeringsbank (Svb) weigerde dit omdat appellant niet als verzekerd ingevolge de Algemene Kinderbijslagwet (AKW) kon worden aangemerkt. De rechtbank Amsterdam oordeelde dat appellant niet verzekerd is op grond van artikel 6 AKW Pro, omdat hij geen ingezetene is en niet onder de Nederlandse loonbelasting valt.
De rechtbank stelde verder vast dat artikel 26 van Pro het Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen 1999 (KB 746) per 1 januari 2000 was vervallen, en dat appellant niet onder de overgangsbepalingen viel omdat zijn kind na die datum is geboren. Hoewel appellant stelde vrijwillig verzekerd te zijn ingevolge de AOW en ANW, is vrijwillige verzekering onder de AKW niet mogelijk.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen vergoeding van proceskosten toegekend. De uitspraak bevestigt dat appellant geen recht heeft op kinderbijslag omdat hij niet verzekerd is ingevolge de AKW.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van kinderbijslag wordt bevestigd.