ECLI:NL:CRVB:2008:BD2063
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongewijzigde vaststelling mate van arbeidsongeschiktheid ondanks medische klachten
Appellant stelde hoger beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Hertogenbosch die het bezwaar van appellant tegen het UWV-besluit tot ongewijzigde vaststelling van zijn arbeidsongeschiktheid ongegrond verklaarde.
Appellant voerde aan dat zijn medische klachten en beperkingen door het UWV waren gebagatelliseerd en dat informatie van zijn internist niet was ingewonnen, met name over een stoornis in de ijzerhuishouding. Het UWV reageerde met rapporten van bezwaarverzekeringsartsen waarin werd gesteld dat deze stoornis inherent is aan de gediagnosticeerde aandoening en dus geen nieuwe bevinding vormt.
De Raad concludeerde dat de door appellant aangevoerde medische gegevens onvoldoende waren onderbouwd en dat het UWV deze voldoende had weerlegd. Er was geen aanleiding voor een nader medisch onderzoek. Tevens werd benadrukt dat de eigen opvatting van appellant over zijn arbeidsongeschiktheid niet beslissend is volgens het WAO-criterium.
De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en wees een vergoeding van proceskosten af. De uitspraak werd gedaan door J.F. Bandringa en uitgesproken op 7 mei 2008.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de ongewijzigde vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid van appellant.