ECLI:NL:CRVB:2008:BD2157

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
14 mei 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07-5677 WAO
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Herziening
Rechters
  • Ch. van Voorst
  • M.S.E. Wulffraat-van Dijk
  • J.F. Bandringa
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 21 BeroepswetArt. 8:75 AwbArt. 8:88 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot herziening van bestuursrechtelijke WAO-uitspraak wegens ontbreken nieuwe feiten

Verzoekster heeft bij de Centrale Raad van Beroep een verzoek tot herziening ingediend van een eerdere uitspraak van 24 juli 2007 betreffende een WAO-zaak. Het verzoek tot herziening is gebaseerd op procedurele grieven, maar bevat geen nieuwe feiten of omstandigheden zoals vereist volgens artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en artikel 21 van Pro de Beroepswet.

De Raad heeft tijdens de zitting op 2 april 2008 het verzoek behandeld, waarbij verzoekster niet aanwezig was. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) was vertegenwoordigd. De Raad benadrukt dat het bijzondere rechtsmiddel van herziening niet bedoeld is voor het heropenen van de discussie over de juistheid van de uitspraak, maar uitsluitend voor gevallen waarin nieuwe feiten of omstandigheden aan het licht komen die bij eerdere beoordeling niet bekend waren en die tot een andere uitspraak zouden kunnen leiden.

De Raad concludeert dat het verzoek niet aan deze voorwaarden voldoet en wijst het af. Tevens wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 14 mei 2008.

Uitkomst: Het verzoek tot herziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.

Uitspraak

07/5677 WAO
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
met toepassing van artikel 21 van Pro de Beroepswet in samenhang met artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) op het verzoek van:
[Verzoekster] (hierna: verzoekster),
om herziening van de uitspraak van de Raad van 24 juli 2007 (06/3237 WAO) in het geding tussen:
verzoekster
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 14 mei 2008
I. PROCESVERLOOP
Namens verzoekster heeft mr. W.C. de Jonge, advocaat te Vlaardingen, verzocht om herziening van de uitspraak van de Raad van 24 juli 2007 (06/3237 WAO).
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 2 april 2008.
Verzoekster is, met bericht van verhindering, niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door J.C. Geldof.
II. OVERWEGINGEN
1. Ingevolge artikel 21 van Pro de Beroepswet, in samenhang met artikel 8:88, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de Raad op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten of omstandigheden die:
a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,
b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en
redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en
c. waren zij bij de Raad eerder bekend gewest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.
2. Bij besluit van 31 augustus 2004 heeft het Uwv het bezwaar van verzoekster tegen een besluit van 15 juni 2004 wegens overschrijding van de bezwaartermijn niet-ontvankelijk verklaard. Bij uitspraak van 1 mei 2006 (04/2892) heeft de rechtbank Rotterdam het besluit van 31 augustus 2004 vernietigd, maar de rechtsgevolgen hiervan in stand gelaten.
Bij voormelde uitspraak van 24 juli 2007 heeft de Raad de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 1 mei 2006 bevestigd.
3. De namens verzoekster opgeworpen grieven zien op aspecten van procedurele aard en niet op nieuwe feiten of omstandigheden in de zin van voormeld artikel van de Awb. Zoals de Raad reeds eerder heeft overwogen in zijn uitspraak van 3 oktober 2003 (LJN: AN7982) is het (bijzondere) rechtsmiddel van herziening niet gegeven om anders dan op grond van enig nieuw feit of enige nieuwe omstandigheid als bedoeld in artikel 8:88 van Pro de Awb juncto artikel 21 van Pro de Beroepswet, een hernieuwde discussie over de betrokken zaak te voeren en evenmin om een discussie over de juistheid van de betrokken uitspraak te openen. Het verzoek om herziening dient dan ook te worden afgewezen.
4. De Raad acht geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling als bedoeld in artikel 8:75 van Pro de Awb.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Wijst het verzoek om herziening af.
Deze uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst als voorzitter en M.S.E. Wulffraat-van Dijk en J.F. Bandringa als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van E. de Bree als griffier, uitgesproken in het openbaar op 14 mei 2008.
(get.) Ch. van Voorst.
(get.) E. de Bree.
SSw