ECLI:NL:CRVB:2008:BD2167
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- R.C. Stam
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering naar 35-45% arbeidsongeschiktheid
Appellante ontvangt sinds 1994 een volledige WAO-uitkering vanwege psychische klachten. Het UWV heeft deze uitkering per 8 mei 2005 herzien naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 35 tot 45%, omdat appellante weer in staat wordt geacht om met haar beperkingen een aantal gangbare functies te verrichten. De rechtbank Utrecht verklaarde het beroep van appellante tegen deze herziening ongegrond, waarbij zij de vastgestelde arbeidsbeperkingen onderschreef en geen aanleiding zag voor een urenbeperking.
In hoger beroep stelde appellante dat zij maximaal vier uur per dag kan werken en dat het UWV alle mogelijke overschrijdingen en knelpunten bij de functiebeschrijvingen dient te motiveren. De Centrale Raad van Beroep volgt dit verweer niet, omdat de bezwaararbeidsdeskundige de geschiktheid van appellante voor de resterende functies uitgebreid heeft toegelicht en de medische beoordeling door het UWV overtuigend is gemotiveerd.
De Raad ziet geen aanwijzingen dat het UWV de beperkingen van appellante heeft onderschat en acht de motivering van het ontbreken van een urenbeperking voldoende. Ook is niet gebleken op welke punten de motivering tekort zou schieten. Daarom bevestigt de Centrale Raad van Beroep het besluit tot herziening van de WAO-uitkering.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering naar 35-45% arbeidsongeschiktheid en verklaart het hoger beroep ongegrond.