ECLI:NL:CRVB:2008:BD2183
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking Ziektewetuitkering op grond van arbeidsgeschiktheid voor laatst verrichte werk
Appellant meldde zich in december 1997 ziek met diverse klachten en kreeg een WAO-uitkering toegekend. Deze uitkering werd in 2000 ingetrokken na een medisch oordeel dat appellant arbeidsgeschikt was voor de maatgevende arbeid. Later meldde appellant zich opnieuw ziek in 2004, waarna het UWV de toekenning van een WAO-uitkering weigerde en een Ziektewetuitkering beëindigde per 18 mei 2005, gebaseerd op medische beoordelingen die appellant als arbeidsgeschikt voor zijn laatst verrichte werk achtten.
Appellant maakte bezwaar tegen de intrekking van het ziekengeld, maar dit werd ongegrond verklaard. De rechtbank Zutphen bevestigde dit oordeel, waarbij zij zich baseerde op medische rapporten van verzekeringsartsen en de bezwaarverzekeringsarts, die geen aanwijzingen vonden voor arbeidsongeschiktheid op de datum in kwestie.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de juiste maatstaf voor arbeidsgeschiktheid het laatst verrichte werk is en dat het medisch onderzoek zorgvuldig en weloverwogen was. Nieuwe medische rapporten die appellant niet belastbaar achten, zijn niet relevant omdat deze betrekking hebben op een latere datum en een andere regeling. De Raad bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: De intrekking van de Ziektewetuitkering per 18 mei 2005 wordt bevestigd omdat appellant arbeidsgeschikt was voor zijn laatst verrichte werk.