ECLI:NL:CRVB:2008:BD2192
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- R.C. Stam
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering ondanks cognitieve beperkingen niet objectief vastgesteld
Appellante, die vanwege nek- en schouderklachten een WAO-uitkering ontving, maakte bezwaar tegen de intrekking van haar uitkering per 11 juli 2005. Zij voerde aan dat zij vanwege cognitieve beperkingen niet in staat is de geduide functies volledig te verrichten en betwijfelde haar vermogen om noodzakelijke diploma's te behalen. Ter onderbouwing overlegde zij een rapport van neuroloog Beijersbergen, die beperkte belastbaarheid constateerde, maar waarbij de cognitieve beperkingen niet objectief konden worden vastgesteld.
De Raad hechtte aan dit rapport niet de door appellante toegekende waarde, omdat de conclusies niet voldoende werden ondersteund door neurologisch en neuropsychologisch onderzoek. Andere artsen, waaronder de verzekeringsarts en de behandelend neuroloog, constateerden een discrepantie tussen ervaren klachten en medische bevindingen. De bezwaararbeidsdeskundige had bovendien de Functionele Mogelijkhedenlijst aangepast, waardoor beperkingen op het gebied van geheugen niet meer werden aangegeven.
De Raad oordeelde dat de aanvullende motivering van de bezwaararbeidsdeskundige slechts reservefuncties betrof die niet gebruikt waren voor de beoordeling van de arbeidsongeschiktheid. Er was geen reden om het bestreden besluit te vernietigen. De aangevallen uitspraak van de rechtbank Alkmaar, die het beroep ongegrond verklaarde, werd bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd omdat cognitieve beperkingen niet objectief zijn vastgesteld.