ECLI:NL:CRVB:2008:BD2218
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- R.C. Stam
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke terugwijzing wegens schending hoor en wederhoor bij WAO-uitkeringszaak
Appellant stelde beroep in tegen het besluit van het UWV van 4 oktober 2005, waarin het eerdere besluit tot weigering van een WAO-uitkering werd herroepen en een uitkering toegekend met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 35-45% en een dagloon van €87,90.
De rechtbank Roermond verklaarde het beroep niet-ontvankelijk voor enkele gronden die na de beroepstermijn waren ingediend en ongegrond voor de overige gronden. De rechtbank baseerde haar oordeel mede op een arbeidskundig rapport dat op de zitting van 27 april 2006 werd overgelegd, waarbij appellant niet aanwezig was en dus niet kon reageren.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat hierdoor het fundamentele beginsel van hoor en wederhoor is geschonden, wat leidt tot vernietiging van de uitspraak. De Raad bespreekt verder dat het indienen van beroepsgronden na de termijn niet zonder meer tot niet-ontvankelijkheid hoeft te leiden, zeker als het inleidende beroepschrift zich op het gehele besluit richt.
De zaak wordt terugverwezen naar de rechtbank Roermond voor verdere behandeling. Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten van appellant, vastgesteld op €322,- wegens verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd wegens schending van het hoor en wederhoor en de zaak wordt terugverwezen.