ECLI:NL:CRVB:2008:BD2233
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.C.M. van Laar
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewet-uitkering na herbeoordeling arbeidsongeschiktheid
In deze zaak staat centraal de beoordeling van de arbeidsongeschiktheid van betrokkene per 14 februari 2000. Appellant, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv), had de Ziektewet-uitkering beëindigd omdat betrokkene niet langer arbeidsongeschikt werd geacht. Betrokkene maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door appellant ongegrond werd verklaard. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van betrokkene gegrond en vernietigde het bestreden besluit.
De Centrale Raad van Beroep heeft het onderzoek heropend vanwege discrepanties tussen eerdere psychiatrische rapportages. Een nieuwe deskundige, prof. dr. E. Hoencamp, concludeerde dat betrokkene psychosociale problemen had, maar geen psychiatrische ziekte in engere zin die arbeidsongeschiktheid rechtvaardigde. Op basis hiervan achtte de Raad betrokkene geschikt voor de relevante functies.
De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond, waarmee de beëindiging van de Ziektewet-uitkering standhoudt.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van de Ziektewet-uitkering wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.