ECLI:NL:CRVB:2008:BD2234
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- R.L. Rijnen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering verhoging WAO-uitkering wegens ontbreken toegenomen beperkingen
Appellante verzocht om verhoging van haar WAO-uitkering op grond van vermeende toegenomen beperkingen vanaf 1 december 2002. Het UWV wees dit verzoek af omdat er geen sprake was van toegenomen beperkingen voortkomend uit dezelfde oorzaak als de reeds toegekende uitkering.
De rechtbank Leeuwarden verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat de medische situatie sinds de oorspronkelijke toekenning niet was verslechterd. Appellante voerde in hoger beroep aan dat de medische rapporten wel degelijk aanwijzingen bevatten voor toegenomen beperkingen, en bekritiseerde het gebruik van een oud rapport uit 1998 door de verzekeringsartsen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het hoger beroep geen nieuwe aanknopingspunten bood om het oordeel van de rechtbank te wijzigen. De Raad stelde vast dat de verzekeringsarts Das een eigen, actuele beoordeling had gemaakt die aansluit bij eerdere rapportages en dat de kritiek op de rapportage van verzekeringsarts Hollander niet overtuigend was. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van het UWV om de WAO-uitkering te verhogen wegens het ontbreken van toegenomen beperkingen per 1 december 2002.